Onderwijs, jeugdhulp en zorg: succesvol samenwerken vereist

Inleiding

Uit de evaluatie van de Jeugdwet en passend onderwijs komt naar voren dat in veel gemeenten een goede verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs ontbreekt, en dat leraren onvoldoende worden ondersteund door specialisten. Sommige kinderen krijgen daardoor op school niet de ondersteuning en zorg die zij nodig hebben. Dit gaat in tegen het principe dat alle kinderen recht hebben om zich zo goed als mogelijk te ontwikkelen. Uitgangspunt is dat dit zoveel als mogelijk op school plaatsvindt.

De verantwoordelijke ministers voor onderwijs en zorg hebben op 23 november 2018 met een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat zij de combinatie van zorg en onderwijs beter willen regelen voor kinderen met een (grote) ondersteuningsbehoefte als gevolg van (cognitieve of lichamelijke) beperkingen, medische of psychische problemen of een beperkte sociaal emotionele ontwikkeling.

Prioriteit voor het oplossen van de knelpunten tussen onderwijs, jeugdhulp en zorg is positief. Wat opvalt bij het lezen van de brief is dat er weinig aandacht bestaat voor het creëren van de juiste biotoop voor het succesvol kunnen samenwerken waardoor knelpunten verdwijnen.

Voorgestelde maatregelen

De ministers zien de volgende aandachts- en knelpunten en geven aan daarvoor maatregelen te willen nemen.

  1. Complexiteit en onduidelijkheid over (de financiering van) zorg in onderwijstijd: het is voor scholen in de praktijk lastig om onderwijs met zorg te combineren. De kwaliteit van het onderwijs als de kwaliteit van zorg komt in het gedrang. Ouders verwachten dat zorg op school geregeld is, terwijl de school niet de zorgmiddelen heeft om zorg in onderwijstijd te organiseren. De ministers zetten de volgende maatregelen in:
    • de financiering en organisatie van zorg in onderwijstijd wordt vereenvoudigd, waarbij gebruik wordt gemaakt van best practices;
    • het werken met één of twee zorgaanbieders per school;
    • onderhandelingen tussen school en ouders over welk deel van de zorg wordt ingezet in onderwijstijd zal niet meer nodig zijn;
    • om bureaucratie te verminderen wordt het principe ‘afspraak is realisatie’ voor de declaratie en verantwoording voor zorggelden onder schooltijd toegepast;
    • het instellen van een geschillencommissie of doorzettingsmacht wanneer een impasse ontstaat tussen partijen over de financiering of organisatie van zorg in onderwijstijd.
  1. Koers uitzetten door een kwartiermaker: lokaal en regionaal wordt samengewerkt tussen onderwijs- en zorginstellingen. Eind dit jaar brengt de kwartiermaker van de Coalitie Passend Onderwijs-Jeugdhulp-Zorg een koersbepalend advies uit over hoe deze samenwerking kan worden verbeterd. De ministers zeggen toe om zijn advies voortvarend op te pakken. Daarbij wordt gedacht aan:
    • heldere afspraken maken over wat de zorg en onderwijs van elkaar kunnen verwachten;
    • indien nodig de Jeugdwet en onderwijswetten aanscherpen;
    • gemeenten en onderwijs samen meerjarige plannen laten maken.
  2. Betere communicatie voor maatwerk: het blijkt dat ouders, zorgprofessionals en leraren niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden om maatwerk aan kinderen te leveren. De ministers zeggen toe om de communicatie hierover te verbeteren.
  3. Meer subsidie voor onderwijsconsulenten: de subsidie voor scholen wordt vergroot waardoor onderwijsconsulenten tegemoet kunnen komen aan de groeiende vraag aan ondersteuning.
  4. Verlengen subsidie voor ‘Gedragswerk’: de ministers zeggen toe om de subsidie voor Gedragswerk te verlengen. Gedragswerk is een door het Ministerie van OCW mogelijk gemaakt project dat tot doel heeft de samenwerking te bevorderen in de aanpak van leerlingen die thuiszitten of voor wie dat dreigt.
  5. Een ‘aanjager’ inzetten om de aansluiting van de actietafels voor thuiszitters en de regionale expertteams: deze aanjager gaat best practices in beeld brengen en doorbraken forceren voor de complexe casuïstiek met betrekking tot kinderen die ‘thuiszitten’.
  6. Invoeren wettelijke ‘doorzettingsmacht’ voor samenwerkingsverbanden: met doorzettingsmacht wordt bedoeld één partij die verantwoordelijk is voor het forceren van een doorbraak indien partijen er niet uitkomen. In de Jeugdwet ligt de doorzettingsmacht bij de gemeente op grond van de jeugdhulpplicht. De ministers zullen een wetsaanpassing doorvoeren zodat de onderwijs samenwerkingsverbanden een verplichte doorzettingsmacht moeten organiseren.
  7. Onderwijs/zorg arrangementen: de ministers willen arrangementen creëren voor kinderen die niet volledig aan het onderwijs kunnen deelnemen.
  8. Aanpassen Leerplichtwet: de Leerplichtwet wordt aangepast zodat de expertise van samenwerkingsverbanden wordt meegewogen bij het verlenen van vrijstellingen voor onderwijs. Hierdoor kan meer rekening worden gehouden met mogelijke onderwijs/zorg combinaties.
  9. Informatie over medisch handelen: het verlenen van medische zorg of jeugdhulp valt niet onder de zorgplicht van de scholen. Er komt duidelijke informatie voor welke medische handelingen scholen verplicht kunnen worden gesteld en wat de verantwoordelijkheid daarvoor is van het onderwijspersoneel.

Maatregelen zijn niet genoeg: succesvol samenwerken vereist

Het is goed dat de ministers de urgentie erkennen en stellig zijn over de te nemen maatregelen. Maar het formuleren van maatregelen is niet genoeg. Wat opvalt is dat, om doorbraken te forceren, snel gegrepen wordt naar klassieke beleidsinstrumenten. Wetten worden aangepast, financiering wordt eenvoudiger en verantwoordelijkheden duidelijker omschreven. En als er dan tóch nog knelpunten overblijven wordt een aanjager of een functionaris met doorzettingsmacht aangewezen die knopen doorhakt.

Dit alles is positief, maar geen garantie voor succes. Wat ontbreekt is het stilstaan bij de randvoorwaarden die nodig zijn om een samenwerking tussen verschillende belanghebbenden succesvol te maken. De complexiteit van de snijvlakken onderwijs, jeugdhulp en zorg is niet van gisteren; er wordt al jaren vanuit het bestaande systeem aan oplossingen gewerkt. Omdat het gaat om kinderen hoeven we niet te twijfelen aan de passie, de bereidheid en het doorzettingsvermogen van al die spelers die al jaren doorbraken proberen te forceren. De beoogde maatregelen zullen ongetwijfeld het bestaande systeem verzachten waardoor knelpunten (eerder) worden opgelost. Maar wanneer ook niet geïnvesteerd wordt in het creëren van de juiste biotoop waarin succesvol samenwerking floreert, durf ik te wedden dat er nieuwe onvoorziene knelpunten ontstaan.

Wat zijn de kenmerken van zo’n biotoop? Deze komen overeen met ‘samenwerkingsgeschiktheid’. Personen of organisaties die (gedwongen) samenwerken zijn succesvol wanneer:

  1. zij een deep understanding hebben van ‘de kunst’ van het samenwerken;
  2. beschikken over de juiste (beleids)instrumenten en (beïnvloedings)mechanismen;
  3. een mindset hebben gericht op het verbeteren van menselijke relaties;
  4. beschikken over adequate managementvaardigheden;
  5. zij bereid zijn de voortgang tussentijds te evalueren waardoor doelstellingen (iteratief) worden bijgesteld.

Van de ministers mag worden verwacht dat zij maatregelen nemen om het systeem aan te passen zodat knelpunten kunnen worden opgelost. Maar de oplossingen zullen lokaal en regionaal vorm moeten krijgen. Het is op dit niveau dat, voordat met het oplossen wordt begonnen, eerst een beeld moet ontstaan of aan de randvoorwaarden voor deze samenwerkingsgeschiktheid is voldaan.

ZorgopKoers kan daarin ondersteunen. Met de door ons ontwikkelde Alliance Quick Scan brengen wij de samenwerkingsbiotoop in beeld en geven wij gericht advies hoe de samenwerkingsgeschiktheid van personen of organisaties verder kan worden ontwikkeld.

Meer weten? Bel gerust.

Henry Goverde

06 5315 3456

Share this: