Eerste evaluatie Jeugdwet: biedt samenwerking de oplossing?

Inleiding

Vanaf 1 januari 2015 is de Jeugdwet van kracht, met als kerndoel het stelsel van jeugdhulp te vereenvoudigen en het effectiever en efficiënter te maken. De Jeugdwet moet de eigen kracht van de jongere versterken en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving vergroten.

De Jeugdwet kwam in de plaats van de Wet op de jeugdzorg. Op deze wet was veel kritiek:

  1. er bestond een te grote druk op gespecialiseerde jeugdzorg, waarbij onvoldoende gebruik werd gemaakt van preventieve en lichte ondersteuning en van de kracht van de jeugdige zelf en zijn omgeving;
  2. de samenwerking rondom kinderen en gezinnen schoot tekort, door de verschillende bestuurslagen en wettelijke systemen;
  3. afwijkend gedrag werd onnodig gemedicaliseerd.

Geconcludeerd werd dat het versnipperen van de jeugdhulp over verschillende wettelijke systemen veel problemen veroorzaakte. Decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten werd gezien als het instrument om de tekortkomingen te ondervangen.

In januari 2018 verscheen het eerste evaluatierapport over de werking van de Jeugdwet in de praktijk.[1] Het is een uitvoerig rapport met scherpe conclusies en vele aanbevelingen. De algemene conclusie is dat de Jeugdwet nog geen succes is.

Fasen en doelstellingen Jeugdwet: conclusie evaluatie

Transformatie niet geslaagd

Het invoeren van de Jeugdwet kent twee fasen: de transitie en de transformatie. Met transitie wordt bedoeld het overhevelen van de inkoop van jeugdhulp naar gemeenten. De transformatie kent drie doelstellingen: 1) de juiste hulp op maat, met minder dure gespecialiseerde hulp, 2) meer samenhang in de hulpverlening, 3) het bieden van meer ruimte voor professionals.

Het evaluatierapport geeft kort en krachtig aan dat weliswaar de transitie is geslaagd, maar dat de gewenste transformatie grotendeels nog vorm moet krijgen.[2] Een sombere conclusie ná drie jaar.

Ongewenste effecten en geen sturing op kwaliteit

Het rapport wijst op een aantal ongewenste effecten bij het implementeren van de Jeugdwet. Het meest negatieve effect ontstaat door het aanbestedingsproces dat gemeenten gebruiken. Een aanbestedingsproces maakt het realiseren van een samenhangend stelsel van jeugdhulp moeilijk zo niet onmogelijk. Aanbieders van jeugdhulp die gezamenlijk verantwoordelijk zouden moeten zijn voor goed integraal jeugdhulp, worden door een aanbestedingsproces gedwongen te handelen als concurrenten van elkaar. Daarnaast benadrukt het aanbestedingsproces het belang van de continuïteit van de jeugdhulporganisatie, waardoor het centraal stellen van de jeugdige en het gezin wordt bemoeilijkt. Aanbesteden kan ook als gevolg hebben dat bestaande hulpverleningsorganisaties worden afgebroken.[3]

Een aantal constateringen en aanbevelingen geven aan dat bij het realiseren van de transitie- en transformatiedoelstellingen er te weinig gehandeld wordt vanuit het perspectief van de cliënt; de jeugdige en het gezin. Schokkend is te lezen dat gemeenten stellen dat zij weinig invloed hebben op de kwaliteit van de jeugdhulp. Door het ontbreken van betrouwbare informatie kan de evaluatie geen uitspraken doen over de kwaliteit van de verleende jeugdhulp.[4]

Verbetering realiseren, maar hoe?

Naar mijn mening zijn er twee krachtige instrumenten. Het eerste is het door de gemeente stimuleren van het op coöperatieve wijze samenwerken tussen de verschillende aanbieders van jeugdhulp, waaronder speciaal onderwijs en schuldhulpverlening. Op coöperatieve wijze samenwerken betekent dat de samenwerkende instanties handelen uit weloverwogen eigen belang. Het heeft geen zin om samenwerking te stimuleren louter om ideologische of maatschappelijke redenen. Óf omdat de gemeente vindt dat het moet. De gemeente dient de rol van initiatiefnemer op zich te nemen om met partijen op coöperatieve wijze integrale jeugdhulp te organiseren.

Het tweede instrument is het centraal stellen van het cliëntperspectief. Vooral de gemeente dient hierop te sturen en hieraan prioriteit te geven. Het eigen belang van de jeugdhulporganisatie hoeft namelijk niet overeen te komen met het belang van de cliënt.

Ook in deze rapportage lezen we de dringende aanbeveling om de administratieve lastendruk te verminderen. Enerzijds geeft de Jeugdwet de zorgprofessional meer ruimte, anderzijds verdwijnt deze ruimte door toegenomen bureaucratie. De aanbeveling om bureaucratie te verminderen is ondertussen een gênante open deur geworden. Steeds wordt dit beschreven als een noodzakelijke verbeterpunt. Zelden lees je een analyse over de redenen waarom er steeds meer behoefte ontstaat aan meer controle en regels. En hoe deze regels contraproductief werken.[5]

Wanneer verschillende spelers kiezen om coöperatief met elkaar samen te werken, zal het vertrouwen in elkaar stijgen. Wanneer vertrouwen toeneemt, neemt de behoefte aan controle en regels af. Het sturen op dit vertrouwen is een kunst. Niet onmogelijk. Wél uitdagend! De jeugdsector kan leren van andere sectoren. Zelf heb ik de cultuurshock mogen meemaken binnen de verzekeraar Interpolis bij het waarmaken van de leus “laat de bonnetjes maar thuis”. Dit zorgde voor een aardverschuiving binnen de uiterste bureaucratische wereld van verzekeraars. Klanten reageerden aangenaam verrast op de nieuwe dienstverlening vanuit vertrouwen.

Slot: samen doen

Het is goed dat de werking van de Jeugdwet in de praktijk uitvoerig is onderzocht. Dat de transitie is geslaagd is maar een begin. Voor het realiseren van de transformatie doelstellingen hebben de gemeenten een sleutelrol. Stop met het aanbestedingsproces. Start met het samen doen.[6] Het is de hoogste tijd dat gemeenten met jeugdhulpverleners gaan samenwerken om jeugdzorg van goede kwaliteit met voldoende capaciteit beschikbaar te stellen. Zoals altijd begint samenwerken met de bereidheid om rekening te houden met het belang van de ander. Daar komt bij dat er een gemeenschappelijk beeld moet zijn van wat partijen samen drijft. Dit dient het cliëntperspectief te zijn.

Reacties zijn welkom.

Henry Goverde

e-mail: henry.goverde@zorgopkoers.nl
[1]. Eerste Evaluatie van de Jeugdwet: na de transitie nu de transformatie, ZonMw, Den Haag, januari 2018.
[2]. Idem, pagina 528.
[3]. Idem, pagina 542 en verder.
[4]. Idem, pagina 544 en verder.
[5]. Zie in dit verband De Beperkte Macht van de Regel: de kracht van sturen op gewenst gedrag bij verandering in de financiële en zorgsector, mr. dr. M.F.M. van den Berg, mr. H.F.L. Goverde en mr. C.W.M. Vergouwen, Maandblad voor Vermogensrecht 2016, pagina 296 en verder.
[6]. Zie Henry Goverde, Jeugdzorg: wanneer gaan we het samen doen?, ZorgopKoers, december 2017.
Share this: